De Dars

De 'dars' of 'dors' heeft haar naam te danken aan het feit dat in vroeger tijden in deze ruimte het graan werd gedorst. Elke Noord-Hollandse stolp heeft een dars. Toch is in de dars van deze boerderij waarschijnlijk nooit werkelijk graan gedorst, aangezien men geen tarwe verbouwde maar uitsluitend vee hield.

Typerend voor de dars zijn de grote houten deuren. Deze zijn zo fors omdat de boer via de dars het hooi naar de hooiberg bracht. Om de deuren extra hoog te kunnen maken liet men de achtergevel inspringen. Om in de zomer de hoog met hooi opgeladen wagens binnen te rijden, deed men de darsdeuren helemaal open. Vanaf de wagens 'pikte' men met hooivorken het hooi de berg op.

Vroeger was de dars van deze boerderij een stuk groter. Aan de achterzijde van deze ruimte waren oorspronkelijk de paardenstallen. Er was ruimte voor drie paarden. De paardenstallen zijn door Adriaan Donker afgebroken voor een uitbreiding van het vierkant, de expositieruimte. De oude haverkist is nog wel aanwezig.

Op de 'dars' is een aantal boerenwagens uit de 19de eeuw te zien. Deze wagens werden gebruikt bij het binnenhalen van de oogst en bij feestelijke gebeurtenissen. Ze hebben rijk versierd achterschot met spreuk.

In de winter werden de wagens en ander gerei opgeslagen in de dars. De boer vervoerde met zijn wagens zowel vee, hooi, als soms personen. Voor feestelijke gelegenheden versierde de boerin de wagen en zette men houten bankjes in de wagen om met het hele gezin uit rijden te gaan.

De hooiwagens werden gestuurd met de dissel, die voorop de kar zit. Ze hadden geen rem maar moesten door de paarden worden tegengehouden. De koetsier remde door te 'voeten': met gestrekt been hield hij zijn voeten tegen de kont van het paard en tegelijkertijd trok hij aan de teugels van het paard.

In Westfriesland versierde men de achterzijde van de houten wagens met houtsnijwerk en men beschilderde deze met spreuken. De status en rijkdom van de boer werd onder meer aan de uitvoering en de tooi van zijn paarden afgemeten.